Waarom vrede zo moeilijk is

Vrede

We spreken vaak over oorlog alsof het een natuurverschijnsel is. Alsof het ons zomaar overkomt — een storm, een aardbeving, een vloedgolf van geweld. Maar oorlog is geen natuurkracht. Het is een menselijke keuze, een besluit dat telkens opnieuw wordt genomen door leiders, volken, groepen en individuen. Vraagt u zich ook af waarom vrede zo moeilijk is?  Wel, ik geef u graag mijn opinie mee.

De mensen die vrede moeten sluiten, de generaals, de onderhandelaars, de politici, krijgen hun macht van ons. Niet alleen via verkiezingen, maar via onze angsten, onze woede, onze behoefte aan identiteit. Zolang wij zelf niet in vrede zijn met elkaar en ons laten opjutten in vermeende tegenstellingen en vijandbeelden, zullen zij geen vrede kunnen (of willen) sluiten in onze naam.  Hun macht hangt immers af van onze keuzes.

Macht leeft van verdeeldheid

Macht heeft conflict nodig zoals vuur zuurstof nodig heeft. Wie mensen wil aansturen, heeft een vijand nodig. Het is een oud principe: divide et impera (verdeel en heers). Al bij de Romeinen was duidelijk dat een volk dat onderling verdeeld is, gemakkelijker te besturen valt. In de moderne politiek gebeurt dat niet met zwaarden maar met woorden, frames, campagnes en algoritmen.

Politieke macht is zelden gebaseerd op rationele consensus. Ze rust op emotie, op de angst dat “de anderen” ons iets zullen afnemen.  Op de angst dat we iets kunnen verliezen.  Wie dat aanvoelt, kan er garen van spinnen. De socioloog William A. Gamson beschreef al in de jaren 70 hoe een collectieve identiteit wordt geconstrueerd rond een goevel van gedeeld onrecht. Een gevoel van “wij tegen zij”.

Vandaag zien we hetzelfde mechanisme in actie. links tegen rechts, stedeling tegen plattelander, klimaatjongere tegen arbeider, Waal tegen Vlaming, pro-EU tegen anti-EU. Polarisatie is geen fout van het systeem, maar vaak een bewuste strategie binnen dat systeem.  Een mechanisme dat stemmen, steun en macht kan opleveren.

Vrede verkoopt niet!  Waarom verdeeldheid zo aantrekkelijk is

Vrede klinkt mooi, maar ze vraagt iets wat ongemakkelijk is! Ze vraagt zelfreflectie. Strijd daarentegen geeft richting. Een vijand maakt het leven overzichtelijk. Hij vertelt ons wie we zijn, zonder dat we zelf hoeven te zoeken.

Psychologisch gezien is conflict eenvoudiger dan dialoog. De neurowetenschapper John Cacioppo toonde aan dat negatieve prikkels zoals angst, woede, bedreiging  sterker verankerd worden in ons brein dan positieve. Het menselijk brein is gebouwd om gevaar te detecteren, niet om vrede te bewaren.

Dat verklaart waarom nieuws over conflict en rampspoed veel beter verkoopt dan berichten over samenwerking. De algoritmes van sociale media versterken dat effect. Datgene wat emotie oproept, krijgt meer zichtbaarheid. En niets roept meer emotie op dan onrecht of verontwaardiging, ongeacht of dit echt is of gamaakt om ons te manipuletren.

Zo ontstaat een paradoxale marktlogica. Vrede verkoopt niet.  We willen het allemaal hebben, maar we willen er de prijs niet voor betalen. Rust brengt geen clicks en nuance levert geen volgers op. We zijn verslaafd geraakt aan de dopamine van verontwaardiging.

De economie van conflict

Achter elk langdurig conflict schuilt een industrie. Oorlog is niet alleen een moreel falen, het is ook een verdienmodel. Volgens cijfers van het Stockholm International Peace Research Institute bedroegen de wereldwijde militaire uitgaven in 2024 ruim 2.400 miljard dollar — het hoogste bedrag ooit gemeten. Vrede, daarentegen, krijgt maar een bijzonder kleine fractie van dat budget.

Wapenproducenten, lobbygroepen en politieke partijen teren op instabiliteit. Zelfs in vredestijd blijft de defensie-industrie draaien, want angst is een duurzame grondstof. Ze levert banen, invloed, exportinkomsten — en politieke hefboomkracht.  En wij laten ons deze angst en verdeeldheid aanpraten.

Zelfs media en techbedrijven hebben belang bij conflict. Sociale platforms verdienen geld aan polarisatie. Woede houdt mensen langer online. In een economie die draait op aandacht, wordt conflict een product.  Onbewust voeden we deze moloch.

Vrede daarentegen is economisch oninteressant: ze heeft geen constante nieuwswaarde, geen reclamerendement. Dat maakt haar niet onmogelijk, maar wel bijzonder kwetsbaar.  Zelfs in onze verontwaardiging over gruweldaden in conflicten, grijpen we zelf steeds terug naar dat zelfde wapen.  Naar represailles en woede, spektakel en terugslaan.  En zo voeden we de machine die we haten.

Polarisatie als politiek wapen

In plaats van verdeeldheid te genezen, leren veel leiders hoe ze haar kunnen exploiteren. De Amerikaanse politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt beschreven in How Democracies Die (2018) hoe democratieën niet omver worden geworpen door coups, maar langzaam worden uitgehold door polarisatie.

Het begint wanneer politici hun tegenstanders niet meer zien als tegenstanders, maar als vijanden van het volk. Wanneer compromissen worden afgeschilderd als verraad. Wanneer elke nuance wordt bestraft als zwakte. Dat proces is overal zichtbaar:

  • In de Verenigde Staten, waar politiek een identiteitsstrijd is geworden.
  • In Hongarije en Turkije, waar leiders “de natie” monopoliseren.
  • In Rusland, waar propaganda het vijandbeeld tot levensadem van het regime heeft gemaakt.

Maar het bestaat ook dichter bij huis. In België en Nederland groeit wantrouwen tegenover “de politiek”, terwijl politici tegelijk inspelen op dat wantrouwen. Ze profileren zich als buitenstaanders, tegen het systeem dat ze zélf bevolken. De Amerikaanse journalist Ezra Klein benoemde dat als een “conflict als merkidentiteit”. De politicus die niet verkoopt wat hij wil bereiken, maar wel tegen wie hij is.

Vrede en de psychologie van vijandschap

De Duitse socioloog Norbert Elias beschreef in Über den Prozess der Zivilisation (1939) hoe samenlevingen zich civiliseren door geweld te internaliseren, door impulsen te beheersen en door empathie te ontwikkelen. Maar dat proces is ook omkeerbaar. In tijden van onzekerheid keren mensen terug naar aloude stammenlogica.

De sociale psycholoog Henri Tajfel toonde in de jaren 70 met zijn “minimal group paradigm” dat zelfs een volstrekt willekeurige groepsindelingen (zoals rood team versus blauw team) al zal leiden tot bevoordeling van de eigen groep en discriminatie van de andere.

Met andere woorden: de neiging tot vijandschap zit niet in ideologie, maar in de menselijke natuur. Het is een reflex die pas overwonnen kan worden door bewustzijn en cultuur. Daarom is vrede zo moeilijk. Ze vraagt dat we sterker zijn dan onze instincten. Ze vereist zelfcontrole, empathie, en de bereidheid om on eigen ongelijk te verdragen.

De rol van media en technologie

In deze digitale tijd is verdeeldheid niet langer louter een politiek machtsinstrument, maar een architectuurprincipe. De algoritmen van sociale media selecteren wat we zien op basis van wat ons boos, bang of enthousiast maakt. Ze versterken vervolgens de echo van onze overtuigingen.

Onderzoek van MIT (Vosoughi et al., Science, 2018) toonde aan dat valse of polariserende berichten zich zes keer sneller verspreiden dan feitelijke. Niet omdat mensen dom zijn, maar omdat emotie efficiënter werkt dan waarheid.

De filosoof Byung-Chul Han noemt dit “de vermoeidheid van de transparantie”. We zijn overvoerd met informatie, maar ondervoed met begrip of inzicht. Iedereen zendt berichten, niemand luistert.

De gevolgen zijn zichtbaar. Mensen leven in parallelle werkelijkheden. Dezelfde gebeurtenis wordt anders ervaren afhankelijk van het mediakanaal dat je volgt. Hoe kun je vrede sluiten met iemand die in een andere werkelijkheid leeft?

De illusie dat vrede van boven komt

We verwachten dat leiders vrede brengen, maar dat is zelden hoe vrede ontstaat. Vrede groeit van onderuit. Ze is een gevolg van relaties, samenwerking, vertrouwen.

De Duitse denker Hannah Arendt stelde dat macht niet voortkomt uit dwang, maar uit het vermogen om samen te handelen. Wanneer burgers elkaar wantrouwen, verliest dat collectieve handelen zijn basis en vullen sterke leiders het vacuüm. Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Onvrede → polarisatie → autoritarisme → nog meer onvrede.

Leiders die verdeeldheid zaaien, hoeven die niet eens te creëren. Ze hoeven alleen de kiemen te voeden die al aanwezig zijn, angst, wrok, identiteitsdrang. De echte strijd om vrede speelt zich dus niet af in conferentiezalen, maar in het alledaagse leven. In hoe we over elkaar praten, hoe we omgaan met verschil, hoe we reageren op onrecht. Zolang wij oorlog voeren in onze gesprekken, zullen zij oorlog voeren in onze naam.

De verantwoordelijkheid van burgers

In een democratie is de burger niet machteloos, maar medeplichtig. Iets wat we te zelden beseffen. We zijn geen toeschouwers van macht, we zijn haar bron. Dat besef is ongemakkelijk, want het betekent dat vrede ook door ons mislukt. Zolang we plezier halen uit gelijk krijgen, zolang we liever winnen dan begrijpen, blijven we de energie leveren waarmee polarisatie draait.

De Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt beschreef in The Righteous Mind (2012) hoe morele overtuigingen functioneren als groepssignalen. We verdedigen ze niet om de waarheid te vinden, maar wel om erbij te horen. Dat verklaart waarom redelijke argumenten vaak geen effect hebben. Discussies gaan zelden over feiten, maar bijna steeds over identiteit. En identiteit verdedig je niet met nuance, maar met passie.

Pas wanneer we echt leren luisteren zonder direct te willen overtuigen, kan vrede ontstaan, eerst in gesprekken, dan in beleid.

De burger als vredesmaker

We zien vrede vaak als een zaak van staten, verdragen en topontmoetingen. We vervloeken het onvermogen van leiders om vrede te sluiten.  Soms terecht, soms ten onrechte. Maar vrede begint veel kleiner: in een gezin, een buurt, een school, een bedrijf.

Onderzoek van de Harvard Human Flourishing Program (2022) toont dat gemeenschappen met hoge onderlinge betrokkenheid significant minder kans hebben op geweld of extremisme. Waar mensen elkaar écht kennen, verdwijnen de karikaturen waarop haat teert.

Burgerinitiatieven die ontmoeting stimuleren zoals buurtprojecten, interreligieuze dialogen, lokale hulpnetwerken… Ze zijn in die zin niet “liefdadig”, maar politiek revolutionair. Ze herstellen het weefsel waar macht zich niet meer tussen kan wringen.

Vrede is geen toestand maar een houding.  Een attitude. Het is de keuze om niet terug te slaan, niet te vernederen, niet mee te huilen met de wolven in het bos. Wie vrede wil, moet zichzelf oefenen in vergeving, in nieuwsgierigheid naar de ander, in acceptatie van het eigen ongelijk en dat van anderen.

De paradox van vrijheid en vrede

Vrijheid is de trots van moderne samenlevingen, maar ze maakt vrede tegelijk moeilijker. Vrije mensen botsen, discussiëren, verschillen van mening en dat is gezond. Maar vrijheid zonder empathie wordt een strijdtoneel.  Vrijheid zonder inlevingsvermogen en de wil zichzelf te relativeren eindigt in een slagveld.

De filosoof Isaiah Berlin onderscheidde negatieve vrijheid (vrij zijn van dwang) en positieve vrijheid (vrij zijn om iets zinvols te doen). We zijn sterk geworden in de eerste, maar zwak in de tweede. We weten wat we niet willen, maar zijn vergeten wat we wél willen.  Individueel en vooral samen.

Vrede vraagt positieve vrijheid.  Het eist het vermogen om verschil te dragen zonder het te vernietigen. Dat geldt op wereldniveau, maar ook in het dagelijks leven.  En net daar begint vrede. In elk huwelijk, elk werkteam, elke samenleving speelt hetzelfde. Wie enkel wil winnen, kan niet samenleven.

Hoop als verzet – en de vrede die bij ons begint

Het is gemakkelijk cynisch te worden. En u en ik bezondigen ons daar met vaste regelmaat aan. De geschiedenis lijkt immers telkens te bewijzen dat vrede een illusie is. Toch is hoop geen naïviteit, maar een daad van verzet.  Vandaag meer dan ooit.

De Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu zei ooit: “Vrede komt niet wanneer we wachten tot de machtigen het goedvinden. Vrede begint wanneer gewone mensen weigeren elkaar als vijanden te zien.”

We hoeven de wereld niet in één keer te veranderen. We kunnen beginnen met onze eigen woorden, onze eigen blik, onze eigen bereidheid tot luisteren. Elke keer dat iemand weigert om een ander te ontmenselijken, elke keer dat iemand nieuwsgierigheid verkiest boven oordeel, wordt de wereld een fractie veiliger.

Zolang wij verdeeld blijven, zullen leiders verdeeldheid gebruiken. Maar zodra wij die logica doorbreken, verliezen zij hun macht. Vrede is geen topoverleg, geen handdruk voor de camera. Ze begint met één mens die besluit niet langer mee te doen aan de logica van haat.

De vraag is niet of onze leiders vrede willen, maar of wij zelf bereid zijn om voor vrede te kiezen. Om er steeds opnieuw voor te kiezen in onze gesprekken, onze keuzes, onze blik op de ander.

Misschien is dat de enige echte revolutie die nog rest: niet die van macht, maar van menselijkheid.

Deze opninie werd geschreven samen met dit artikel naar aanleiding van 11 november 2025

Denk Mee!

Neem even de tijd. We sturen regelmatig (max 4 maal per maand) een vraag rond aan wie zich inschrijft voor dit onderdeel. Uw antwoorden worden dan (anoniem) meegenomen in de 'denk mee' artikelen.

Jehosias blijft u uitnodigen tot nadenken!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Denk Mee!

Neem even de tijd. We sturen regelmatig (max 4 maal per maand) een vraag rond aan wie zich inschrijft voor dit onderdeel. Uw antwoorden worden dan (anoniem) meegenomen in de 'denk mee' artikelen.

Jehosias blijft u uitnodigen tot nadenken!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie