Het idee dat je best één ding tegelijk doet, is niet nieuw en ook niet beperkt tot één filosofische stroming. In verschillende tradities komt het terug, telkens in een andere vorm.
In zenboeddhisme wordt het samengevat in het bekende principe: wanneer je eet, eet je; wanneer je loopt, loop je. In taoïstische teksten wordt handelen zonder frictie vaak gekoppeld aan het niet forceren van aandacht in meerdere richtingen tegelijk. In Japanse disciplines, van krijgskunsten tot theeceremonie, wordt sterk ingezet op volledige aandacht voor één handeling op een bepaald moment. Ook in westerse ambachtelijke tradities vind je hetzelfde principe terug: precisie vraagt focus, en focus verdraagt geen versnippering. Dat zijn observaties, geen bewijzen.
De vraag is dus: wat blijft er overeind wanneer je die tradities weglaat en alleen kijkt naar wat onderzoek zegt?
Wat gebeurt er wanneer je probeert te multitasken
In de dagelijkse taal betekent multitasking dat je meerdere dingen tegelijk doet. In cognitief onderzoek blijkt dat beeld echter niet te kloppen.
Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat je hersenen snel schakelen tussen taken. Dat proces wordt “task switching” genoemd. Je doet dus geen twee dingen tegelijk, maar je verdeelt je aandacht in korte intervallen. En dat schakelen heeft een kost.
Onderzoek van Joshua Rubinstein, David Meyer en Jeffrey Evans (2001), gepubliceerd in Journal of Experimental Psychology, toont aan dat mensen die tussen taken wisselen systematisch trager werken en meer fouten maken dan wanneer ze dezelfde taken sequentieel uitvoeren. (dat noemen we “batch switching”) De vertraging ontstaat niet door de taak zelf, maar door de overgang tussen verschillende taken.
Elke keer dat je wisselt, moet je brein dus opnieuw de context opbouwen. Dat kost tijd en energie.
De cognitieve kost van aandacht verdelen
Het effect van multitasking gaat verder dan alleen snelheid. Ook de kwaliteit van je aandacht verandert. Onderzoek van Eyal Ophir, Clifford Nass en Anthony Wagner (2009), uitgevoerd aan Stanford en gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, onderzocht zogenaamde “heavy media multitaskers”. Dat zijn mensen die frequent meerdere informatiestromen tegelijk verwerken.
De studie toont dat deze groep slechter scoort op taken die selectieve aandacht en cognitieve controle vereisen. Ze zijn minder goed in het wegfilteren van irrelevante informatie en minder efficiënt in het schakelen tussen taken.
Met andere woorden: veel multitasken maakt je niet beter in multitasken. Het ondermijnt net de systemen die je daarvoor nodig hebt.
Effect op geheugen en informatieverwerking
Multitasking heeft ook invloed op hoe informatie wordt opgeslagen. Onderzoek van Foerde, Knowlton en Poldrack (2006), gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, toont aan dat wanneer mensen leren terwijl ze tegelijk een tweede taak uitvoeren, ze minder gebruik maken van de hippocampus, een hersengebied dat belangrijk is voor bewust leren en geheugen.
In plaats daarvan verschuift de verwerking naar systemen die meer gebaseerd zijn op gewoonte. Dat leidt tot oppervlakkiger leren en minder flexibele kennis.
Je kan dus wel informatie opnemen terwijl je multitaskt, maar je verwerkt ze anders, en minder diep.
Stress en fysiologische belasting
Naast cognitieve effecten zijn er ook aanwijzingen dat multitasking invloed heeft op stress. Onderzoek van Mark, Gudith en Klocke (2008) aan de University of California Irvine, toont dat frequente onderbrekingen tijdens werk leiden tot verhoogde stress. Het zorgt voor hogere frustratie en een grotere mentale belasting. Deelnemers moesten vaker opnieuw oriënteren en rapporteerden een gevoel van tijdsdruk.
Hoewel dit onderzoek zich focust op werkcontexten, sluit het aan bij een bredere observatie: constante taakwissels houden het lichaam in een lichte staat van activatie.
Waarom één taak tegelijk efficiënter is
Wanneer je één taak tegelijk uitvoert, vermijd je de kost van voortdurend schakelen. Je aandacht blijft stabiel en je brein hoeft minder context opnieuw op te bouwen. Dat heeft drie directe gevolgen.
Ten eerste werk je sneller, omdat je geen tijd verliest aan overgangsprocessen. Ten tweede maak je minder fouten, omdat je minder interferentie hebt tussen taken. Ten derde verwerk je informatie dieper, omdat je hersenen meer gebruik maken van systemen die betrokken zijn bij bewust leren.
Dit is geen kwestie van voorkeur of stijl. Het is een gevolg van hoe cognitieve processen werken.
Een eenvoudige toepassing
De praktische implicatie is eenvoudig en vraagt geen techniek. Kies één taak. Werk daaraan gedurende een afgebakende periode, bijvoorbeeld tien minuten. Tijdens die periode doe je niets anders. Geen berichten, geen andere taken, geen extra input.
Daarna kan je stoppen of wisselen. Het effect zit niet in de duur, maar in het vermijden van onderbreking.
Neem dit mee op je werk. Zet bijvoorbeeld je email, Messenger en chat applicaties uit gedurende een half uur. Werk gericht aan een taak. Nadien mag je de berichten en mails checken, dan doe je ze dicht en werkt aan de volgende taak. Je zal verbaasd zijn hoeveel meer je kan doen op een dag.
Wat je kan verwachten
Wanneer je dit toepast, merk je meestal twee dingen. Enerzijds dat het moeilijker is dan verwacht om bij één taak te blijven. Dat zegt iets over hoe sterk de gewoonte van schakelen is.
Anderzijds dat de taak zelf minder belastend aanvoelt zodra je niet meer voortdurend wisselt. De mentale frictie vermindert. Dat effect is niet spectaculair, maar wel consistent.
Conclusie
Het idee dat je beter één ding tegelijk doet, komt in veel tradities terug. Dat maakt het interessant, maar niet automatisch waar. In de oude tradities noemt het Wu-wei (taoïsme China), of mindfulness (Boedhisme) of krijgt het nog andere namen mee. Maar ook los van de levensbeschouwelijke context, is het een werkwijze die ons bijzonder veel kan opleveren.
Onderzoek bevestigt echter dat multitasking, in de zin van het snel schakelen tussen taken, leidt tot lagere efficiëntie, meer fouten en minder diepe verwerking van informatie. Daarnaast verhoogt het de mentale belasting. Wat overblijft, los van alle context, is eenvoudig.
Je hersenen werken efficiënter wanneer ze zich op één taak tegelijk richten. Je leven wordt rustiger. Je zal minder stress ervaren? De foutenlast zal dalen. Je leervermogen neemt toe. En dat is iets wat je meteen kan testen.

Geef als eerste een reactie